sfeerbeeld
 

Te hoge vraagprijs

 
printen
 
 

Vraagprijs woningen veel te hoog

De treurnis is groot in de makelaarswereld. In het tweede kwartaal van 2010 zijn nog minder woningen verkocht dan in het al desastreuze tweede kwartaal van 2009. Dit terwijl het tweede kwartaal altijd het sterkste verkoopkwartaal is. Ook starters blijven nu weg van de woningmarkt. Bovendien loopt het verschil tussen de vraagprijs en de daadwerkelijke verkoopprijs steeds verder op. Bij sommige typen woningen ligt de vraagprijs zelfs gemiddeld 17,3 procent te hoog. Het aantal makelaarskantoren loopt terug. Er vallen veel gedwongen ontslagen.

Het afgelopen kwartaal zijn ruim 33.000 woningen verkocht. Dat is 36 procent minder dan gemiddeld en nog twee procent minder dan in het tweede kwartaal van 2009 dat al als het slechtste kwartaal in bijna dertig jaar te boek stond. Drie jaar geleden werden op jaarbasis nog zo’n 220.000 huizen verkocht. De kans is groot dat dit er in 2010 circa honderdduizend minder zullen zijn. Opvallend is dat voor het eerst sinds de kredietcrisis de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) geen enkel lichtpuntje ziet. De presentatie van de kwartaalcijfers getuigt van een helder realisme. Hieraan heeft het de afgelopen jaren sterk ontbroken.

Volgens de NVM dalen de prijzen van individuele woningen nog steeds. “Zoomen we in op straatniveau, dan zien we een aanhoudende tendens van dalende vraagprijzen en opbrengsten. Blijkbaar is door de vraaguitval nog geen nieuw marktevenwicht gevonden”, aldus NVM- voorzitter Ger Hukker. De gemiddelde woningprijs lag in het tweede kwartaal op € 235.000,-. In augustus 2008 lag dit gemiddelde nog boven de € 260.000,-. Uit reeds in 2006 door het Wegwijs Kenniscentrum bekend gemaakte berekeningen zou, gebaseerd op het historische gemiddelden, de gemiddelde prijs in juli 2010 op circa € 213.000,- moeten liggen. Van de huidige prijzen moet gemiddeld dus nog ruim 9 procent af, voordat een reëel marktevenwicht kan worden gevonden.

Het verschil tussen de vraagprijzen en de werkelijk gerealiseerde koopsommen ligt op een veel hoger niveau dan in normale jaren. Gemiddeld ligt dat verschil tussen de 3 en 4 procent. Op dit moment gaat zelfs van de snelst verkochte woning al bijna 5 procent af. Op vrijstaande woningen die lang te koop staan, kan in sommige gevallen tot 20 procent worden afgedongen. Gemiddeld moet, zo blijkt uit cijfers van de NVM, de oorspronkelijke vraagprijs nu bijna 10 procent zakken om een woning verkoopbaar te maken. Verkopers kunnen dus maar beter een lagere vaste prijs aanhouden om een woning sneller aan de man te brengen.