Jongeren worden steeds huiveriger om een huis te kopen. Ze zijn onzeker of de woning op termijn wel meer waard wordt. De Vereniging Eigen Huis (VEH) krijgt veel vragen van starters of een huis kopen nog wel verstandig is.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster blijkt dat huizenbezitters sinds 2007 nauwelijks vermogensgroei hebben geboekt. Daarmee biedt de starterswoning als opstap naar een groter huis geen zekerheid meer.
"Kopers moeten zich realiseren dat zij minimaal acht tot negen jaar moeten wonen voordat zij de 'kosten koper' zoals overdrachtsbelasting en makelaarskosten, hebben terugverdiend".
Vooral jongeren, die binnen enkele jaren door gezinsvorming moeten doorstromen naar een groter huis, lopen het risico dat zij bij verkoop met een restschuld blijven zitten in plaats van overwaarde te verzilveren.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Kadaster blijkt dat de gemiddelde woningprijs momenteel is teruggevallen tot het niveau van voor 2007 en al enkele jaren nauwelijks beweegt. In de periode van 1995 tot 2000 verdubbelde de prijs van een doorsnee huis nagenoeg.
Hoewel de huizenprijzen nauwelijks stijgen en in veel gevallen zelfs dalen, vinden bankeconomen en VEH het kopen van een huis nog steeds een goede investering. De belangenclub van particuliere huiseigenaren wijst op de waardevastheid van woningen.
De banken ING en Rabobank denken dat de huizenprijs de komende jaren gemiddeld evenveel zal stijgen als de inflatie. "Als een huis gelijk met de inflatie stijgt, dan is de waarde na dertig jaar 180 procent van de koopsom", zegt hoofdeconoom Charles Kalshoven van ING.